NIET aardig

Controles zijn niet mijn favoriete bezigheid. Ik heb er een uitgesproken hekel aan. Ik haat het ziekenhuis. Ik haat die gangen en ik haat de herinneringen aan die ontzettend slechte tijd dat ik de diagnose borstkanker kreeg. Ik doe er altijd een beetje luchtig over, maar toch slaap ik de nacht ervoor altijd slecht. Zo ook dit keer. Om half 2 heb ik een slaappil genomen in de hoop dat ik nog een beetje zou slapen.

De ochtend kwam sneller dan gewenst. Iedereen aankleden. Isis naar school. En toen gingen we samen, Robert en ik naar het ziekenhuis. We waren laat en belandden natuurlijk ook nog in de maandagochtendfile. Ik belde met Radiologie dat we helaas wat verlaat waren en dat ik me ‘aangeprikt’ bij hen zou melden, omdat ik mijn Port-a-cath zou laten aanprikken op de Dagbehandeling Oncologie.

Zo gezegd, zo gedaan en ‘aangeprikt’ meldden we ons bij Radiologie. Even wachten en we waren aan de beurt. Samen gingen we het hokje in. Twee stevige lichamen op minder dan 1 m2.
‘O, u bent aangeprikt? We werken niet met een port-a-cath.’
Ik sprak mijn verbazing daarover uit, want de afgelopen 5 MRI’s had dat steeds wel gewerkt. Mijn nekhaartjes kropen langzaam omhoog. Die van Robert ook.
‘O, bent u moeilijk te prikken?’
Ik dacht: ‘Ja, duh, ik heb toch niet voor niets zo’n Port-a-cath?’
‘Oké, laat dan maar, dan doen we het wel zo. Kleed u zich van boven maar uit.’

Robert tegen de muur. Moest zijn riem uitdoen. Mijn kleren op het uitklapstoeltje. Plakprothese op het plankje. Klaar voor de MRI.

En toen begon het grote wachten. Ik kreeg het koud, dus legde Robert mijn jas over me heen. We gingen verder met wachten. We raakten geïrriteerd. Nekhaartjes weer hoger. Ik zei: ‘Ik tel tot tien, als we dan nog niet mogen, ga ik op de deur bonken.’

10 tellen later bonkten we. ‘Dames, bent u zover?’ riep Robert (en daar moest ik dan wel weer om lachen). Er kwam een dame die ons meldde dat we nóg even moesten wachten. Even later mochten we door. Zelfde ruimte, zelfde MRI-apparaat, nieuwe dames.

Ik gaf aan dat ik het erg vervelend vond dat ik dit keer ’s morgens moest komen voor de MRI en pas ’s middags op een andere locatie voor de mammografie, terwijl dat voorheen altijd na elkaar kon (met voldoende tijd ertussen zodat de radioloog de MRI kon beoordelen vóór de mammografie).
‘Zal ik u uitleggen waarom dat is?’ zei de dame.
Nekhaartjes verticaal.
Ik zei: ‘Nee, doe maar niet, ik weet wel dat de radioloog tijd nodig heeft om de MRI te beoordelen vóór de mammografie, maar voorheen (en ik heb er inmiddels aardig wat gehad) kon dat wel na elkaar. Ik vraag me af waar de patiënt is in dit verhaal. Ik ben naast patiënt namelijk óók nog moeder met een baan.’

De toon was gezet. Ik moest gaan liggen. Dat doet zeer. Mijn borst moest in een gat in de tafel, maar dat betekent dat ik met mijn volle gewicht op mijn borstbeen rustte. Mijn borstbeen is bestraald en pijnlijk gebleven. Bovendien mis ik een bumper aan één kant. Ik zei er iets van maar de dames gaven geen sjoege.

Eén van beide dames stak een standaardverhaal af over stilliggen en niet bewegen als ze de contrastvloeistof inspuit. Bekend verhaal, dus ik luisterde niet. Ze deed een groen ziekenhuismutsje over het gat in de tafel. Dat gat zit er speciaal zodat je je in die MRI-buis niet zo opgesloten voelt, dat je een beetje weg kunt kijken. Maarja, door dat groen mutsje kon ik er natuurlijk niet doorheen kijken. Ik zei er wat over.
‘Ach, u ziet sowieso niks.’
Tja.
‘Ik doe u een koptelefoon op’ zei de dame.
‘Dat hoef ik niet’ zei ik, maar dat maakte niks uit, want ze zette hem evengoed op mijn hoofd (en wel zo dat het heel naar zat). Ik de buis in.

Er werd aan mijn benen gesjord. Ik lag blijkbaar niet goed.
Ik dacht alleen maar: ‘Mens, schiet op, ik wil hier weg.’
Maar nee, ik moest de buis weer uit, want het kussen lag scheef.
‘Kunt u even uw bovenlichaam verplaatsen?’
Ik deed mijn best, maar als je je armen naast je lijf hebt liggen, gaat dat verplaatsen eigenlijk niet nee. ‘Gaat het?’ zei Robert.
Ik mompelde alleen maar dat ik zometeen héél boos ging worden. Ik kon wel van de gelegenheid gebruikmaken om het groene mutsje een beetje aan de kant te doen, zodat ik wel door het venster kon kijken. Veel had ik er niet aan want de lampen links en rechts van het venster schenen precies in de spiegel en dus in mijn gezicht, maar ala, ik had in elk geval een minder opgesloten gevoel.

De bekende beat begon te dreunen. De MRI werd gemaakt. Toen ik uit de buis was, begon de dame tegen me te praten. Hoorde ik niet, want ik had de koptelefoon nog op. Met een slinger wierp ik h’m af. Pas toen zag ik dat het een andere dame was. Blijkbaar was er intussen een ploegenwissel geweest. Vers bloed. Ik deed mijn best om aardig te worden. Lukte maar amper.

Ze begeleidde ons naar het kleedhok. Onze stevige lichamen er weer in. Prompt viel mijn plakprothese op de grond. Met de plakkant naar beneden, dus zat ie vast aan de grond. Lachen, maar ik baalde ook, want alles wat op de grond lag aan haren en vuil plakte nu aan mijn prothese. De dame schrok en deed snel de deur dicht. Daarbij raakte ze de lichtknop, dus zaten Robert en ik opgesloten in het donker. Weer bonken op de deur. Licht ging aan. Snel aankleden en snel weg.

We liepen even naar Cardiologie. Ik moest nog een ECG laten maken voor mijn operatie over twee weken. Ik verwachtte problemen met mijn Belgische formulier, maar niets was minder waar. Alles verliep vlekkeloos en toen minuten later was het ECG gemaakt en had ik de uitdraai zelf in handen.

Terug naar de Dagbehandeling om de naald uit de Port-a-Cath te laten halen. Daar waren de dames gewoon aardig. Dat hielp om een beetje minder chagrijnig te worden. Toen ik door de gang liep, werd ik geroepen door José. Jos”e is oncologieverpleegkundige. Ik leerde haar kennen toen ik ooit stage liep op de Dagbehandeling Oncologie. We kwamen er toen achter dat we overburen waren. Later verhuisden wij naar Huissen en kwamen José en haar gezin te wonen in het huis dat we achterlieten. We hebben elkaar veel gesproken de afgelopen jaren. José verloor haar zus aan borstkanker. Nu riep ze vanuit een kamertje met een bed, want twee maanden geleden kreeg ze zelf de diagnose borstkanker, aan beide borsten. Ik had het al van een oude buurvrouw gehoord en moest er oprecht over vloeken. Nu zat ze daar, aan de chemo, op de afdeling waar ze normaal gesproken ook werkt. Omringd door lieve collega’s, dat dan weer wel, maar het is en blijft een hel natuurlijk. Ze vertelde haar verhaal en het raakte me enorm. Teveel, te heftig, te oneerlijk.

We konden niet zo lang blijven, want we moest Isis van school halen. We waren precies op tijd. Thuis lunchen, Isis weer naar school en toen gingen we naar Velp, want daar moest ik om 13.50 zijn voor een mammografie.
‘Verwijsbrief?’
‘Nee, heb ik niet, want ik ben via de Mammacare aangemeld. Ik ben bekend hier.’
Het was goed. We konden gaan zitten. Het duurde lang, erg lang. De zenuwen maakten zich van mij meester. Ik ging me echt steeds beroerder voelen. We zagen alle mensen die na ons gekomen waren één voor één de hokjes in gaan. Na een half uur ging ik eens navraag doen bij de baliemedewerkster (ik ben een geroutineerde patiënt dus weet ik uit ervaring dat er wel eens wat mis kan gaan). Ik kreeg een betoog dat het hier om mensen gaat en dat die soms meer tijd nodig hebben, bijvoorbeeld als er een punctie gedaan wordt of zo. Ik zei dat ik dat heel goed wist, omdat ik daar zelf teveel ervaring mee had, maar dat ik van dat wachten zo zenuwachtig werd dat ik bang was dat ik de gang onder zou kotsen. Ik ging weer zitten.

Toen kwam de baliemedewerkster, heel dapper, naar me toe en vroeg of ik misschien koffie wilde. Dat wilde ik niet, maar ik vond het wel heel lief van haar. Ze had inmiddels gezien dat ik zelf kanker had gehad. Ik moest ineens huilen van zoveel vriendelijkheid. De spanningen werden me teveel.

Het duurde nog best een poos, maar uiteindelijk werd ik binnen geroepen.
‘Verwijsbrief?’
‘Nee, heb ik niet, maar ik ben via het systeem aangemeld. Ik heb vanmorgen een MRI gehad. De uitslag daarvan zou nu bekend zijn, zodat er met de mammografie extra op gelet kon worden.’
‘Ik heb geen gegevens van u, dus kan ik niks.’
Ik zei: ‘Mevrouw, ik snap wel dat u er niks aan kunt doen, maar ik ook niet. Als u er meer over wilt weten, moet u uw collega’s in Rijnstate maar bellen. Die kunnen u er alles over vertellen.’
Ze schrok en zei: ‘Nouja, ik kan wel een foto maken.’ Ze werd wat aardiger en ik deed ook mijn best. Tiet tussen de pletmachine. Wat is dat toch naar zeg. Blij dat er maar één hoefde.

Ze ging de foto’s aan de radioloog laten zien. Ik zei dat ik graag een echo wilde omdat er een plek zat die ik niet vertrouwde. De radioloog had geen tijd gehad om de MRI te bekijken, zei ze, maar ik kon wel even wachten. Ik deed een shirt aan en wenkte Robert in de wachtkamer om te komen. Gemeinsame Freude ist doppelte Freude (dat stond op een poster van Holly Hobby die vroeger boven mijn bed hing). We wachtten. Het duurde weer lang.

Uiteindelijk kwam mevrouw terug met de boodschap dat alles goed was. Ik vroeg of dat betekende dat ik geen echo meer zou krijgen. Dat klopte, want de radioloog vond het niet nodig. Ik was te verbijsterd om blij te kunnen zijn. Blijkbaar was het niet relevant dat ik een plek voelde die ik niet vertrouwde en ook niet dat ik al een voorgeschiedenis had op dat gebied. Ik kon haar niet eens meer aankijken en zo zijn we weggelopen. Intussen belde Robert met Arend om te vragen of hij Isis van school kon halen, want dat zouden we niet op tijd redden. Werd geregeld. Arend en Carla, we zijn zo blij met jullie.

Ik moest nog even bloed laten prikken voor mijn operatie over twee weken. Het Belgische labformulier was, tegen elke verwachting in, geen probleem en ze zouden de uitslag zowel naar mijn Belgische prof sturen als naar mijn huisarts.
‘Ik ben slecht te prikken, maar met een vlindertje gaat het wel. Ik geloof dat ze altijd een groen vlindertje nemen.’ En met het groene vlindertje werden vier buisjes gevuld. Het kan wel simpel, echt wel.

Nee, ik ben op dit soort dagen voor dit soort onderzoeken NIET aardig, dat is waar. Nu was ik daar als patiënt en hoef ik dus geen professionele houding te hebben. Ik ben dan mezelf, behept met traumatische herinneringen aan het ziekenhuis, angstig voor slecht nieuws, overgevoelig door het hele voortraject.

Een aantal hulpverleners waar ik vandaag mee geconfronteerd ben, had wel een professionele houding moeten aannemen. Zij waren namelijk aan het werk. Ze worden ervoor betaald om om te gaan met mensen met traumatische herinneringen, die angstig en overgevoelig zijn door hun medische voorgeschiedenis. Ik zou ze willen aanraden om eens het hele traject door de ogen van een patiënt te bekijken. Dan zouden ze mensen niet halfnaakt een kwartier in een koud hokje laten staan. Dan zouden ze niet tegen je praten als je een koptelefoon op hebt. Dan zouden ze geen groen mutsje gebruiken om je uitzicht te verpesten.

We hebben het weer gehad. Blij dat Robert bij me was, want gedeelde ellende is halve ellende. Ik ben een aantal ervaringen rijker en een bak illusies armer. En moe, zo ongelooflijk uitgeput van de spanning en de ergernis, maar het goede nieuws is dat ik goedgekeurd ben. Stempel erop, klaar is Kees.

Advertenties

13 Reacties op “NIET aardig

  1. Pfffff. In de woorden van the Kings of Leon, Cold Desert:

    I’m too young to feel this old.

    Moe moe moe. Weer erdoorheen geslagen, of je het wilde of niet. Een uitslag om blij mee te zijn, misschien vieren met een diepe nachtslaap…

    Veel liefs voor jouw Dees.

  2. Poehhhh…. meis wat een vreselijke dag weer! Ik heb in november meegewerkt aan een sessie bij het NKF waar men een codex patiëntvriendelijkheid gaat samenstellen aan de hand van ervaringsverhalen. Het was idem dito met een ster wat ikzelf en anderen meemaken/meegemaakt hebben en jij nu ook weer. We waren met 8 mensen met verschillende soorten kanker, stuk voor stuk had iedereen verhalen waar je mond van openviel. Was er flink van slag van en heb later per mail nog aanvullingen gegeven, er zaten nl. mensen die nog kanker hebben en ik vond het gênant om bepaalde dingen te vertellen t.o.v. hun, ben tenslotte “genezen”.
    Maarrrr wanneer gaan jij en Mandy precies naar België, de 18E??

    Knuf en ik hoop dat je slaapt, dat ga ik ook maar ’s proberen.

    Ellen

  3. Zwaar herkenbaar, Dees..lees anders ook eens het verhaal van Henk Kuijer http://www.patientenepd.nl/wpc/wp-content/uploads/2007/07/knopentellen.pdf

    (als je tenminste de puf en moed hebt)

    Je komt zelf uit de zorg, ik ook, en ik kan nog steeds met verbijstering kijken en meemaken hoe het toegaat in de zorg (laatst nog met vechtgenoot op consult in mijn ´eigen´ ziekenhuis, de arrogantie van sommige chirurgen, er was er zelfs eentje (supervisor) die het niet nodig vond zich voor te stellen en alleen naar het ganglion keek en alleen daarover met de arts assistent van gedachten wisselde, alsof we er niet bij waren…

    Je gaat bijna met de gedachte spelen de volgende keer alleen een fotootje op te sturen *grom*)

    ´De zorg´ kan nog een boel leren, het is alleen zo verd*md jammer dat verhalen van mensen zoals jij en ik en anderen, die aan den lijve meemaken hoe het met de zorg is gesteld, dat die worden gezien als ´overdreven´ of fout geïnterpreteerd of…..

    Helaas ontbreekt juist bij de groep mensen die het meest de zorg nodig hebben, de energie (vaak) om op de barricaden te gaan..

    Sterkte en liefs! Mien (Harma van OG)

  4. Poeh…. ik wordt al moe als ik het lees. Lange dag…. ik kan me voorstellen dat je niet aardig bent op z’n dagen. Wel fijn dat je weer bent goedgekeurt! Dat is dan weer heel aardig!

    Liefs en een dikke kus!
    Anja!

  5. Lieve Dees, om dat stempel ben ik blij. Maar om de manier waarop die behaald moest worden, minder… Je beschrijft het wel zo levendig dat ik je frustratie, angst, onmacht en verdriet gewoon kan proeven. En na je stukje(s) over de chaos in je leven op diverse fronten, kan ik me voorstellen dat je ‘fragiel’ bent, dat dit soort dagen extra hard aankomen. Ik wens je even rust toe en tijd om te herstellen, ik wens je liefde en kracht en ik denk aan je vanuit Londen. Alle liefs, Mar

  6. Oef, zo herkenbaar weer.
    En uit de reacties op te maken zijn jij en mijn Lief helaas niet de enigen die het zo ervaren.

    Maar gelukkig ben je goedgekeurd.
    En gelukkig heb je een kanjer van een vent die bij je kon zijn.
    Gelukkig 2010!

  7. Pffff Dees wat een heftige dag weer. Gelukkig ben je weer goedgekeurd maar dit geeft zoveel stress die je niet kunt gebruiken. Ga maar lekker slapen vannacht!

  8. Lieve Désirée,

    Dat was een heftige dag, Désirée, maar wel fijn dat uiteindelijk alles oké was.

    Nogmaals veel sterkte met de operatie. Liefs, Jeanne.

  9. Oh Dees, wat een stress! En gedeeltelijk nog onnodig, grrr. Rot he die vermoeidheid daarna, stress is een vreselijke energievreter. Gefeliciteerd met je ‘stempel’!

  10. Oké de uitslag is goed maar de weg naar die uitslag … Wat een struggle en wat een gedoe. Dikke knuf!

  11. He lieve dees, met dit verhaal krijg je het weer voor elkaar dat ik tranen in mijn ogen voel prikken… ik ben pleitbezorgster voor deel 2 van je blog.
    Liefs Tineke

  12. Triest verhaal. Technisch kan er heel veel maar in de bejegening gaat nog veel te veel mis. Misschien je verhaal een aantal keren uitprinten en de volgende keer meenemen? Ik denk dat veel artsen/verpleegkundigen niet in de gaten hebben waar ze miskleunen. Voor hen is het werk en routine. Voor de patiënt is totaal anders.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s