Voordracht 23 oktober over Dealen met de angst

Dit verhaal heb ik gisteren verteld in het ziekenhuis op een avond voor jonge vrouwen met borstkanker. Hierna kwamen een psycholoog en een sexuoloog aan het woord.

Ik zal me kort aan jullie voorstellen. Mijn naam is Dees. Ik ben 38 jaar. Ik ben getrouwd met Robert en we hebben een dochter van 3,5, Isis. In het voorjaar van 2007 kreeg ik de diagnose borstkanker. De harde streng in mijn borst, die na eerdere echo en mammografie, was aangeduid als verdikt klierweefsel, bleek tot mijn grote verbazing toch echt kanker te zijn.

Ik had een tumor van 10 bij 6 bij 7 cm. Van de buitenkant was er niks te zien. Er werden twee positieve okselklieren gevonden en geen uitzaaiingen in longen, botten of lever. Ik had in elk geval een kans om deze ziekte te overleven. Ik heb eerst chemo gehad, ben daarna geopereerd, heb meteen mijn eierstokken laten verwijderen, ben bestraald, heb een jaar Herceptin gehad en heb nu nog hormoontherapie.

Na de eerste twee weken waarin ik in een shock verkeerde, kwam er een periode waarin ik vooral slagvaardig was. Maar… na de eerste twee kuren, begon ik me te realiseren in welke foute film ik eigenlijk zat. Ik had kanker. Ik zat in een groep met een slechte prognose, in een groep waarvan na 10 jaar nog maar 25% leeft.

Ik ken alle relativerende opmerkingen over statistieken. Dat dit gaat over een groep die 10 jaar geleden behandeld werd. Dat je nooit weet of je bij de 25% of bij de 75% hoort. Dat er momenteel grote ontdekkingen worden gedaan als het gaat over nieuwe geneesmiddelen…

Maar toch… Uiteindelijk maakt het niet zoveel uit of het 25% is of 35% of 45%. Het is gewoon niet goed. Een dubbeltje op zijn kant. Ik voelde de dood in mijn nek hijgen.

Ik had maar één echte angst, de angst dat mijn dochtertje zonder mij op zou moeten groeien, zonder haar mama, die pleisters kan plakken op haar knie, die traantjes kan drogen en haar geluk kan delen, die haar kan beschermen tegen de boze buitenwereld.

In eerste instantie durfde ik deze angst niet uit te spreken. Niet tegen Robert en al helemaal niet tegen de rest van de wereld. Het ging spoken in mijn hoofd. Ik voelde me eenzaam met die gedachten. Op een dag gingen Robert en ik erover praten en bleken we met exact dezelfde gedachten rond te lopen. Het luchtte op om het uit te kunnen spreken, om er samen om te kunnen huilen.

Ik ging op zoek naar manieren om hiermee om te gaan. Ik maakte een afspraak met een psycholoog (uiteindelijk was dat geen succes want door een misverstand ging er iets mis met de afspraak). Ik begon te lezen in het boek ‘Als je wereld instort’ van Pema Chödrön, een Boeddhistische Amerikaanse non. Van haar leerde ik het volgende: Als je bang bent, is je natuurlijke neiging om je rug ernaar toe te keren en te gaan rennen, terwijl je eigenlijk het tegenovergestelde zou moeten doen. Kijk je angst maar recht in de ogen aan. Ga maar eens op zoek hoe dat, waar je zo bang voor bent, er werkelijk uit ziet.

Ik was bang voor uitzaaiingen, om dood te gaan, om Robert en Isis alleen achter te laten. Ik had een voorstelling in mijn hoofd over hoe het leven er dan uit zou zien. Ik wist niet of die voorstelling gebaseerd was op realiteit. Daarom besloot ik de confrontatie op te zoeken.

Ik ging weblogs lezen van jonge vrouwen met jonge kinderen, die uitzaaiingen hadden en wisten dat ze dood gingen. Ik heb vrouwen ontmoet, die inmiddels zijn overleden. Ik ben op hun begrafenissen geweest. Ik heb Margreet ontmoet, de vrouw die in de serie Over Mijn lijk van BNN gevolgd werd. Ik kende haar via de Amazones en heb haar daarna live ontmoet. Die ontmoeting heeft veel voor me betekend.

Toen ik met haar door het ziekenhuis liep, kwamen we erachter dat er veel parallellen waren tussen haar en mij. Jong kindje, grote tumor, leeftijd… Toen ik naar huis reed, dacht ik: “Dat die parallellen er zijn, zegt uiteindelijk niets. Zij weet dat ze deze ziekte niet gaat overleven en ik, ik weet dat niet.”

Terwijl ik verder reed, zat ik me voor te stellen hoe mijn leven eruit zou zien als ik wél uitzaaiingen had. Ik bedacht me dat ik dan, net als Margreet, het beste zou proberen te halen uit elke dag en dat ik alles zou doen om mijn nabestaanden zo goed mogelijk achter te laten en ze alles mee te geven om zo goed mogelijk door te kunnen leven.

Ik zei tegen mezelf: “Stel nou dat ik over een tijdje dood ben en ik heb nu dagen zitten verprutsen door ze te laten beheersen door angst, zou dat niet ontzettend zonde zijn?”

Ik reed nog verder en vroeg me ineens af: “Waarom begin ik eigenlijk niet nu meteen al om het beste uit elke dag te halen?” Stel nou dat over een jaar blijkt dat ik uitzaaiingen heb, dan is deze periode, de dag van vandaag, eigenlijk mijn beste periode. Ik heb namelijk geen klachten en kan nu echt optimaal genieten. Zo gezegd, zo gedaan.

Een tijdje later, de dag voor mijn verjaardag, was ik weer eens aan het autorijden en dacht ik weer na over mijn kansen om kanker te overleven. Ik bedacht me dat er in mijn leven best heftige dingen op mijn pad zijn gekomen en dat het me dus niet zou verbazen als ik deze venijnige ziekte niet zou overleven.

Het duurde even en toen bedacht ik me dat ik met die verdrietige dingen óók ongelooflijk veel mazzel heb gehad, dus dat het me niet zou verbazen als ik deze keer ook geluk heb en door het oog van de naald kruip en gewoon wél oud word.

Toen ik dat even had laten bezinken, realiseerde ik me dat noch het één noch het ander terechte gedachten zijn.

Ellende of mazzel uit het verleden hebben geen enkele voorspellende waarde voor ellende of mazzel in de toekomst. Er is geen enkel verband. Die vlieger gaat gewoon niet op. Ik ben overgeleverd aan het lot, nouja, aan de eigenzinnigheid van mijn eigen lijf. Zitten er nog ergens slapende kankercellen of niet? Is mijn eigen afweer in staat om eventuele valse jongens om zeep te helpen of niet? Alles wat ik kan doen om mijn lijf een handje te helpen, hebben we gedaan en doe ik nog steeds met de hormoontherapie.

Voor de rest is het afwachten geblazen. Geen positiviteit, geen voedingssupplement, geen leefregel die daar invloed op heeft. Gewoon doorleven, gewoon het beste maken van elke dag, intenser en gelukkiger dan voorheen. Je dagen niet laten beheersen door angst voor een situatie waarvan je gewoon niet zeker weet of die ooit komt. En als die komt….. ziet ie er in de praktijk vaak nog heel anders uit ook dan je ooit bedacht had.

Het gaat gewoon goed totdat het tegendeel bewezen is. Ik weet dat het niet uitmaakt of uitzaaiingen in longen, lever, botten of hersenen in een vroeg stadium of in een laat stadium ontdekt worden. Als die gevonden worden, weet je dat je niet meer beter wordt en eerder ontdekken, zorgt er niet voor dat je langer leeft. Dat betekent dat als ik slecht nieuws moet krijgen, dat best nog even kan wachten. Ik ben namelijk druk, druk met leven. Ik heb met mezelf afgesproken dat ik met pijntjes zeker 4 weken wacht voordat ik naar de dokter ga. En tot nu toe waren alle pijntjes binnen vier weken verdwenen. En als ik in de toekomst echt ergens serieus last van krijg, is dat vroeg genoeg om naar het ziekenhuis te gaan.

Inmiddels ben ik op het punt beland dat ik heilig vertrouwen heb in Robert en in Isis en in alle mensen die dichtbij ons staan. Ik weet 100% zeker dat als ik onverhoopt de kanker niet overleef dat zij er, na een moeilijke periode, weer het beste van weten te maken, dat Isis hoe dan ook wel gelukkig op zal groeien. Het heeft me rust gegeven. De angst is geparkeerd.

Natuurlijk, soms steekt de angst weer de kop op. Dan voel ik iets, een steek, pijn, wat dan ook en dan denk ik toch:  “Het zullen toch geen uitzaaiingen zijn?” Het is als een hond die begint te blaffen. Onraad… Of toch niet? Zo had ik van de week uren in de auto gezeten en kreeg ik last van mijn rug. Hoewel ik weet dat dat autorijden en die pijn bestwel eens met elkaar te maken kunnen hebben, flitst er toch door mijn hoofd: “Het zal toch niet…”

Het is een soort stalkende ex, een metgezel, waar je niet vanaf komt, de angst die nooit meer helemaal weg gaat. Ik denk aan een lotgenootje die me moed insprak en zei: “De tijd is je beste vriend. Hou je daar aan vast !!!” Tegelijkertijd moet ik zeggen dat het wel door mijn hoofd flitst maar het gaat ook snel weer weg. Het beheerst mijn dagen niet, het beheerst mijn leven niet en het leven van mijn man en dochter ook niet.

Ik had het lezen van die weblogs, de ontmoetingen, de begrafenissen en de overpeinzingen nodig om mijn angst recht in de ogen aan te kunnen kijken.

De kanker ligt achter me en tegelijkertijd is elke dag opnieuw een dag na de diagnose borstkanker. Het leven wordt nooit meer zoals voorheen. Het risico is niet weg. De dood blijft in mijn nek hijgen, maar vooralsnog loop ik harder.

Tegelijkertijd leef ik zoals nooit tevoren. Elke dag opnieuw maak ik een keuze aan wie en waaraan ik mijn energie ga besteden. Ik ben nog nooit zo gelukkig geweest. Als ik zo 80 word, is de kanker een cadeautje geweest. En als dat er niet in zit, heb ik uit elke dag het beste gehaald.

Ik kan maar één ding zeggen: Geniet nooit met mate !!

Advertenties

Een Reactie op “Voordracht 23 oktober over Dealen met de angst

  1. Dees,
    Prachtig gesproken en hoe herkenbaar!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s